Ontstaanstemperatuur bepaalt leefbaarheid van planeet in 'bewoonbare zone'

gouwepeer

Admin
Medewerker
Administrator
Moderator
Forum lid
Wanneer is een aarde-achtige planeet 'bewoonbaar'? Sterrenkundigen hebben altijd aangenomen dat de afstand van de planeet tot zijn moederster daarbij de bepalende factor is. Staat de planeet te dicht bij de ster, dan is het er te heet; staat hij te ver weg, dan is het te koud. Alleen in een relatief smalle 'bewoonbare zone' zouden de omstandigheden gunstig zijn voor het bestaan van vloeibaar water aan het oppervlak en voor het ontstaan van leven.

Nieuwe modelberekeningen van geoloog Jun Korenaga van Yale University, vandaag gepubliceerd in Science Advances, wijzen echter uit dat de ontstaanstemperatuur van de planeet ook een belangrijke rol speelt. Aarde-achtige planeten ontstaan door het samenklonteren van kleinere hemellichamen. Daarbij komt enorm veel warmte vrij. Korenaga's berekeningen laten zien dat de ontstaanstemperatuur van de planeet niet al te veel af mag wijken van een optimale waarde om het proces van mantelconvectie op gang te brengen.

Op aarde is mantelconvectie de oorzaak van vulkanisme, plaattektoniek, en van het ontstaan van continenten en oceanen. Mantelconvectie heeft een belangrijke zelfregulerende invloed op de evolutie van een rotsachtige planeet. Als de aarde bij haar ontstaan minder heet of juist veel heter was geweest, aldus Korenaga, was mantelconvectie nooit op gang gekomen, en zou de planeet nu vermoedelijk niet 'bewoonbaar' zijn, ondanks het feit dat hij zich in de 'bewoonbare' zone van de zon bevindt.

--> Bron: allesoversterrenkunde.nl <--
 
Bovenaan